De reglementaire pensioenleeftijd is 65 jaar. Deelnemers bepalen zelf wanneer zij -tussen 55 en 65 jaar- met pensioen gaan. De regel is: eerder stoppen geeft daarna een lager pensioeninkomen per jaar. Het is ook mogelijk om langer door te werken, in overleg met de werkgever en maximaal tot 70 jaar. Langer doorwerken levert een hoger pensioen op. Het pensioen is gebaseerd op het laatstverdiende salaris. Het pensioen wordt berekend aan de hand van de pensioengrondslag en het aantal pensioenjaren dat is opgebouwd op het moment dat het dienstverband eindigt, en met de opbouwpercentages. Deelnemers bouwen voor elk pensioenjaar pensioenaanspraken op op basis van een percentage van hun pensioengrondslag. Alle deelnemers betalen pensioenpremie. Meer informatie over de pensioenpremie vindt u op deze site onder 'Het Shell Pensioenfonds'. De pensioenregeling biedt veel flexibiliteit en iedere deelnemer kan een aantal keuzes maken. |
 |
Medewerkers die op 31 december 2005 al deelnemer waren aan de pensioenregeling bouwen vanaf 1 januari 2006 gedurende maximaal 15 jaar extra pensioen op over hun salaris boven het maximum van salarisgroep 6. Voor de meeste medewerkers die op 31 december 2005 al deelnemer waren aan de pensioenregeling, is de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken overgedragen naar de huidige regeling. Deelnemers die ervoor hebben gekozen om hun opgebouwde pensioenaanspraken niet over te dragen ontvangen voor hun op 31 december 2005 opgebouwde pensioenaanspraken een uitgesteld pensioen. Dit uitgestelde pensioen gaat in op de pensioendatum van de regeling zoals die voor 1 januari 2006 gold (NRD). Het wordt geïndexeerd op dezelfde manier als de ingegane pensioenen. Deelnemers die zijn geboren vóór 1950 en die op 31 december 2005 bij Shell in dienst waren, hebben kunnen kiezen voor hun pensioendatum (NRD) en de pensioenopbouw van de regeling zoals die vóór 1 januari 2006 gold. |